Naar de inhoud
Energieregister Nederland & België NL vandaag € 199,03/MWh Bron: CBS & energy-charts · bijgewerkt 2 oktober 2026
StroomenGas

Register · Nieuws

Inflatie september: energie 13,9% duurder

Redactie Stroom-en-gas · 2 oktober 2026 · 4 min lezen

Stel aan de keukentafel vergelijkt een energierekening met een kassabon

Je haalt de kassabon van de supermarkt uit je tas en legt hem naast het tankbonnetje van dinsdag. Het ene papiertje is nauwelijks veranderd, het andere wel. Precies dat verschil zit in de inflatie van september.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldt vrijdag dat de inflatie in september uitkomt op 3,4 procent, tegen 3,3 procent in augustus. Dat staat in de snelle raming van het CBS. Ten opzichte van augustus stegen de prijzen met 0,1 procent. Het is een raming op nog onvolledige gegevens; de definitieve cijfers volgen op 13 oktober.

CBS-grafiek van de inflatie sinds 2021 met de piek van 14,5 procent in september 2022 en 3,4 procent in september 2026
De inflatie per maand sinds 2021. Bron: CBS, snelle raming september 2026

Inflatie in september: energie stijgt, eten daalt

Het totaalgetal beweegt nauwelijks. De productgroepen eronder bewegen wel, en twee ervan gaan elk een andere kant op.

ProductgroepAugustus → september
Totaal3,3% → 3,4%
Energie inclusief motorbrandstoffen11,6% → 13,9%
Voeding, dranken en tabak-0,5% → -1,2%
Diensten3,7% → 3,9%
Industriële goederen1,4% → 1,5%
Consumptie in het buitenland7,4% → 7,7%
Prijsstijging ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Bron: CBS, snelle raming.

Energie, inclusief benzine en diesel, is nu 13,9 procent duurder dan een jaar geleden. Voeding, drank en tabak zijn 1,2 procent goedkoper. Een maand eerder waren die cijfers 11,6 en -0,5 procent.

CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen wijst tegenover de NOS op de stroom. “In de eerste helft van het jaar was het telkens goedkoper dan een jaar eerder. Nu is dat niet meer zo.” Dat sluit aan op wat we in de inflatie van juli al zagen: energie werd toen voor het eerst dit jaar weer duurder dan een jaar eerder.

Wat 13,9 procent doet met een gewoon maandbedrag

Een percentage zegt weinig zolang je het niet op je eigen bedragen legt. Neem een huishouden dat vorig jaar september 175 euro per maand kwijt was aan stroom, gas en brandstof, en 450 euro aan boodschappen. Dit is een rekenvoorbeeld, geen gemiddelde.

  1. Energie en brandstof: 175 × 1,139 = 199,33 euro. Dat is 24,33 euro per maand meer.
  2. Boodschappen: 450 × 0,988 = 444,60 euro. Dat is 5,40 euro per maand minder.
  3. Netto: 24,33 − 5,40 = 18,93 euro per maand duurder, ongeveer 227 euro op jaarbasis.

Het voordeel aan de kassa is dus veel kleiner dan het nadeel bij de meter en de pomp. En die korting op boodschappen houdt niet vanzelf stand. Van Mulligen zegt dat hogere energieprijzen doorgaans na ongeveer een half jaar doorwerken in de winkel, omdat productie duurder wordt.

Het totaalcijfer van 3,4 procent verdoezelt het echte nieuws

De kop van vandaag is 3,4 procent, en dat klinkt als stilstand. Dat beeld klopt niet voor wie stookt, laadt of tankt. De energiegroep steeg in één maand van 11,6 naar 13,9 procent, en de dalende voedselprijzen houden het totaal laag. Wie alleen naar het totaal kijkt, mist dat de lasten aan de meterkast sneller oplopen dan de rest.

Het CBS kan daar weinig aan doen: het publiceert keurig alle groepen. Het zijn de koppen die het totaal overnemen. Wie een dynamisch energiecontract heeft, voelt een stijging als deze het eerst, omdat de prijs per uur meebeweegt. De dagprijzen voor stroom laten dat sneller zien dan welk maandcijfer ook.

Waarom de energieregel ook te zwaar kan klinken

De 13,9 procent is geen stroomprijs. Het is één groep waarin benzine en diesel meetellen, en de snelle raming splitst die niet uit. Wie geen auto heeft, of een vast contract dat nog loopt, merkt een groot deel van die stijging nu nog niet. Van Mulligen zegt er zelf bij dat hij geen uitschieters zoals in 2022 verwacht. Toen piekte de inflatie in september op 14,5 procent.

Ook dit blijft een raming, berekend op nog onvolledige gegevens. In ons stuk over augustus zagen we al dat twee metingen, de Europese HICP en de Nederlandse CPI, niet hetzelfde zeggen. Pas op 13 oktober staat er per categorie zwart op wit hoeveel van de stijging uit stroom en gas komt.

Leg je eigen tarief naast dat van vorig jaar

Open de app of het klantportaal van je energieleverancier en zoek je jaaroverzicht van vorig jaar op. Noteer twee getallen: je prijs per kWh en per kubieke meter gas, toen en nu. Zo zie je hoeveel jouw eigen stroom en gas in een jaar zijn gestegen, los van de benzine en diesel die in de 13,9 procent meetellen. Op 13 oktober kun je dat naast het CBS-cijfer per categorie leggen. Met een overzicht van wat je écht betaalt voor gas en stroom zie je welke delen van het tarief belasting zijn en welke niet, en de energiekosten calculator rekent je jaarbedrag uit.

Op 13 oktober komen de definitieve CBS-cijfers. Dan blijkt of de stroomprijs zelf de stijging draagt of vooral de pomp. Op stroom en gas staan de dagprijzen en tarieven die je daarnaast kunt leggen.

Stel je vraag Reactie meestal op werkdagen